Hart voor onderwijs? Hard voor onderwijs!

Zodra je de televisie aanzet zijn ze er weer: politici. Het is verkiezingstijd. Campagnetijd. Nog een week en dan gaan we stemmen voor een nieuwe samenstelling van de Tweede Kamer. Bij elke talkshow is wel een politicus aanwezig en de partijen hebben hun budget goed besteed aan reclamespotjes, posters en promotiemateriaal. En wat betekent dit voor het onderwijs?

Want dan zijn er de standpunten. Want waar moet je nou op stemmen? Welke onderwerpen zijn belangrijk en welke onderwerpen staan wat verder van je af? Welke partijen vind je inhoudelijk sterk en haalbaar en welke meningen helpen jou bij het kiezen van de partij waarop je gaat stemmen?

Aan de ene kant hoor je veel geluiden over ‘een tegenstem’. Maar wat is dat dan? In de Verenigde Staten, waar je vooral 2 grote partijen hebt, is een afkeer voor de ene partij goed te uiten door een tegenstem. Een stem vóór de andere partij dus. En aangezien veel mensen geïnspireerd zijn door de Wondere Wereld van Wilders, hebben ze het hier ook over ‘een tegenstem’.

Het probleem is alleen, waartegen? Want in een land waar je op 15 maart 2017 op 28 (!) partijen kan stemmen, is er dus sowieso geen tegenstem. Want verdeling betekent verspreiding en je kan niet tegen iets stemmen door een bepaalde partij aan te hangen. End-of-discussion. In mijn ogen is een stem op de PVV dan ook niets meer dan een stem tegen de democratie, de vrije samenleving en de rede. Want wie het partijprogramma op één A4’tje weet te krijgen, is concreet-inhoudelijk nog leger dan zijn bus haarspray.

En dan toch echt het onderwijs. Want dat is één van de punten waar je op let als docent. In de aanloop naar de verkiezingen kwamen er ‘opeens’ allemaal mooie plannen van diverse partijen: meer geld naar onderwijs, kleinere klassen, minder werkdruk… En deze zelfde partijen hebben de afgelopen jaren nou niet echt hun onderwijshart laten spreken, om het zacht uit te drukken.

En meer geld is niet per se de oplossing. Zeker het idee van een 14e maand loon voor docenten is bizar. Alsof een extra maand loon de heilige graal is. Nee. Dan zou een hoger uurloon nog logischer zijn. En ook dat is niet de oplossing voor het grootste probleem (hoewel leerkrachten in het basisonderwijs wel echt zwaar financieel ondergewaardeerd worden, met schaal A. Terwijl ze absoluut niet onderdoen voor hun collega’s in het voortgezet onderwijs, qua werkdruk, verantwoordelijkheid en tijdsinvestering!).

Nee, het is de constant toenemende werkdruk en administratieve verplichting waar het grotere probleem zit. Er moet steeds meer geregistreerd worden. Een plan van aanpak bij leerlingbegeleiding wordt pas geaccepteerd als het minimaal op een x-aantal punten is beschreven en uitgewerkt. En het is zo, dat je mooie rapporten kan typen, zonder dat dit de begeleiding per se beter maakt! Sterker nog, ik heb tientallen collega’s gesproken door de jaren heen die letterlijk zeggen dat ze alles registreren ‘omdat het moet van de inspectie’, niet omdat het ze per se helpt of omdat het beter werkt bij hun praktijk. Dus hoe onlogisch is je systeem dan?! En sinds wanneer zijn wij voor werkverschaffing? Dit lijkt me op zijn minst onlogisch en onwenselijk.

Dus, ik zou zeggen: extra geld voor onderwijs? Top idee! En dan moet je dit standaard willen doen als partij, ook buiten verkiezingstijd. Én dan moet het geld besteed worden aan de juiste oplossingen:
– Minder werkdruk;
– meer tijd voor lesuren;
– minder tijd voor administratieve nonsens.

Want zo wordt het ervaren, als nonsens!

Dus, politici van Nederland: Hart voor onderwijs? Maak je dan eens écht hard voor onderwijs!

 

———-
De afbeelding is afkomstig van Pixabay, gedownload via: https://pixabay.com/p-1897179/?no_redirect

Een reactie plaatsen